Varen door Almere met de cast van Cheers

‘Ja, jullie moeten zelf varen,’ zei Alfred Bekenkamp van de bootverhuur toen we met z’n negenen in de sloep zaten. ‘Ik zal uitleggen hoe het moet, hier is de vaarkaart.’ De vrouw tegenover me keek verbaasd in het rond, totdat ze haar blik op mij liet rusten. ‘U bent de enige man aan boord.’ Dat was niet zo, maar iemand met een schippersbaard, die vlak naast haar zat, had ze blijkbaar over het hoofd gezien. Ze wilde natuurlijk zeggen dat ik de aangewezen persoon was om achter het stuur plaats te nemen. Nou, dat zien we nog wel, dacht ik. Ik was van plan foto’s te maken. Haar vriendin was zich al aan het installeren op de kussens die op het voordek lagen. Die voelde zich dus ook niet geroepen. Gelijk had ze. De zon straalde, de lucht was blauw, en het was misschien de laatste mooie dag van het jaar.

Twee jonge vrouwen durfden de uitdaging wel aan. Alfred begon met zijn uitleg en wees op een soort joystick bij het stuurwiel. Daarmee werden twee hulpmotortjes aangedreven, die aan de voorkant onder de boot zaten. Bewoog je het pookje naar links dan ging de boot snel naar bakboord, bewoog je hem naar rechts… Vult u maar in.

Tien minuten later deinden we over het brede water van de Noorderplassen. Achter ons lag de Boat House, vanwaar we vertrokken waren. Ik nam een paar foto’s. Het eerste glas rosé werd ingeschonken. We inspecteerden onze mondvoorraad. Een picknickmand gevuld met bruine broodjes en witte boterhammen belegd met zalm. Er waren fruitcocktails inclusief bestek en servetten. Er was een gekoelde minibar met melk, frisdrank, bier, witte wijn en rosé. Niets te klagen dus.

Iemand die ik maar even Carla noem omdat ze me deed denken aan die grappige Carla in de tv-serie Cheers, bestudeerde de prijsvraag die we onderweg moesten invullen. Ze vroeg iets, maar we konden haar niet verstaan omdat het hulpmotortje ineens begon te gieren. De eerste koerscorrectie. Het klonk alsof iemand een gat in de romp maakte met een elektrische zaag. We moesten remmen voor de eerste sluisjes: dat was de reden. Echt relaxed was het nog niet, deze vaarexcursie die door ons door het Geheim van Almere was aangeboden. Maar boven ons, op de wal, in zijn vertrouwenwekkende lichtblauwe trui, stond onverwacht Alfred. Hij had al op de knop gedrukt om de sluis te openen en hij hielp ons de sluis weer uit. ‘Nu moeten jullie het verder zelf doen,’ zei hij zwaaiend.

‘Hier is ook een vraag over,’ zei Carla met de prijsvraag in haar hand. ‘Het waterniveau van het buiten- en binnenwater van Almere verschilt circa 30 tot 50 centimeter. Zonder sluizen zou het niet mogelijk zijn om met een bootje de stad in of uit te varen. De vraag is: Hoeveel zelfbedieningssluizen liggen er rond de stad?’

Ik hoorde de wildste schattingen. Honderd? zei Lilith. (Als we Carla uit de tv-serie aan boord hadden, waarom dan ook niet Lilith, de psychiater uit Cheers, van wie ze iets weg had?) We discussieerden alsof we in een kroeg zaten. Onze route kende twee sluizen. Hoeveel zelfbedieningsluizen had Almere in totaal? Was deze vraag geen instinker? We besloten ‘drie’ te antwoorden, met één extra sluisje, voor de zekerheid.

Carla bestudeerde de volgende vraag alweer. Kabbelend door het water, met links de Kruidenwijk en rechts de Muziekwijk (‘Kijk, daar woon ik!’), bereikten we een plas in het midden van het Beatrixpark. Op een eilandje stond een boogvormig bouwwerkje waarvan we de naam moesten raden. Geen idee. ‘Het zal wel iets met water te maken hebben,’ opperde iemand. ‘Neptunus, de god van de zee.’ Heel toepasselijk, maar niet heus. ‘Urinoir dan, of watercloset,’ zei iemand lachend. De stemming zat er in. Iedereen had een glimlach op het gezicht.

Op een speelweide zagen we een Amerikaanse diner van voor de Tweede Wereldoorlog. Maar goed dat de ondernemer zijn huis erachter had gebouwd. Dan kon hij een oogje in het zeil houden. Ook in Almere heb je namelijk van die hufters die mooie, leuke, praktische dingen kapot maken. Ik herinner me nog dat er in het park een houten uitkijktoren stond, met een bankje ernaast en zelfs een prullenbak. Helemaal goed. Binnen drie weken was de toren tot de grond toe afgebroken, verbrand, verpulverd, weggevaagd. De bank en prullenbak zijn nu ook weg. ‘Tja, het is een stad hè,’ verzuchtte Lilith die zich op de kussens had uitgestrekt.

Ondertussen stond kapitein Iglo, als ik hem zo even mag aanduiden, aan het roer. Hij stuurde ons door een smalle gracht richting Weerwater. Opeens zagen we voor ons een rondvaartboot, en als we niet snel manoeuvreerden dan zouden we er tegenop botsen. We schreeuwden aanwijzingen naar de kapitein, maar hij had zeker niet opgelet bij de vaarinstructie, want hij wist niet hoe hij het noodmotortje moest starten. Iemand schoot hem te hulp. Te laat. We stevenden weliswaar niet af op de rondvaartboot, wel op de kade. Nee! Stop! Ho. Bonk. We lagen stil, maar we dreven nog.

‘U moet heel rustig varen,’ zei de kapitein van de rondvaartboot hoofdschuddend toen hij langszij kwam. ‘Heel rustig.’ Een goed advies. Wij bestuurden de sloep als een auto en trapten als we vaart wilden minderen op een denkbeeldige rem. Er werd ook veel te frequent en venijnig aan de joystick getrokken. Bij een vaartuig werkt dat anders. Een boot bestuur je alsof je een vrouw bestuurt. Nou ja, u begrijpt wat ik bedoel.

We doorkruisten het Weerwater en ik voelde wind en spatjes. Boven het diepe, donkere water, tegen de metalig blauwe lucht, verrees de skyline van Almere. Zilverkleurige gevels lichtten op in de zonnestralen. In de verte lag de Filmwijk. Ik nam het roer over en probeerde uit hoe het roer en de motortjes reageerden. We draaiden de Filmwijk in. Een oase, met over het water hangend groen. En wat een grote, comfortabele huizen. (Wat me bij veel fraaie en dure huizen opvalt is dat je er vaak geen mensen ziet. Iedereen is natuurlijk altijd keihard aan het werk om de hypotheek te verdienen. Het zal wel afgunst zijn hoor, die theorie van mij.)

‘Wil iemand het stuur overnemen? De uitdaging is er voor mij een beetje af,’ vroeg ik toen we de Filmwijk doorgetuft waren. Via de Verzetswijk en de Hoge Vaart bereikten we de eilanden in de Noorderplassen. De nog altijd blauwe hemel was door vliegtuigen volgespoten met witte strepen. En daar was de onvermoeibare Carla weer met haar vragen: ‘Hier liggen een aantal eilanden waarvan Schateiland als recreatie-eiland in gebruik is. Er is een dagcamping en een helling om bootjes te water te laten. Hoe heten de andere eilanden?’ ‘Johnny Depp-eiland?’ zei ik. ‘Pirates of the Caribbean?’ Voor de zoveelste keer pakte ze haar BlackBerry om het antwoord op te zoeken. Ze moest en zou een plusje halen vandaag.

Om een uur of vijf meerden we af bij de Boat House. We waren zo’n vier uur op het water geweest en hadden veel plezier gehad. Als je vrienden of familie wilt verleiden om in Almere te komen wonen en werken, dan is zo’n tochtje aan te bevelen. Al dat water en de mogelijkheden die het biedt is misschien wel de sterkste troef van Almere.

Op de website www.boei2.nl vind je de huurprijzen van kajaks, kano’s, zeilboten, motorboten, sloepen evenals de kosten van een picknickmand, minibar en zelfs barbecuepakket.

 

Reacties  

Irma Rijpkema | Geplaatst op vrijdag 28-10-2011, 00:11
Mooi geschetst! en inderdaad, het was cheers die dag.. euh chill! Ik heb nog leuke foto's die ik nog ergens moet uploaden maar ik heb genoten hoor! Een kleine terechtwijzing op deze blog. Die Carla haalde maar 1 keer haar BB tevoorschijn voor een antwoord. De andere keren was het om haar fans te beantwoorden. Tsja, Life goes on (was ook een serie toch?)... mooi geschreven! Groet, Carla...

Om een reactie te kunnen plaatsen dien je ingelogd te zijn.
Ben je nog geen Ambassadeur, meld je dan nu aan!